Bewegingsziekte
Bewegingsziekte of reisziekte is een normale vorm van duizeligheid dat geen ernstige ziekte is. Met bewegingsziekte wordt ook wagen-, lucht- en zeeziekte bedoeld.
Bewegingsziekte ontstaat wanneer het lichaam tegenstrijdige informatie binnen krijgt over de beweging die het aan het maken is. Dit komt doordat het lichaam op verschillende manieren zichzelf in evenwicht houdt. Namelijk met behulp van de ogen, het binnenoor en de spieren en gewrichten van het lichaam. Als deze organen verschillende informatie versturen over de gemaakte bewegingen raakt het lichaam in de war. Je kind voelt dan dat er iets niet klopt en krijgt een duizelig of misselijk gevoel.
Je kind kan bewegingsziekte krijgen bij het reizen in de auto, bus, trein of het vliegtuig maar kan ook op de schommel, in de draaimolen of in een pretpark ontstaan. Het kijken naar bewegende dingen, terwijl je kind niet beweegt, kan ook bewegingsziekte veroorzaken.
Bewegingsziekte kan ontstaan als je kind tijdens het reizen in een auto niet naar buiten kan kijken of een boek leest. De ogen van je kind kijken dan naar een stilstaand voorwerp terwijl de auto wel beweegt. Hierdoor komt er verschillende informatie binnen over de gemaakte bewegingen en je lichaam raakt in de war. Andere voorbeelden zijn als je kind tijdens het varen op een boot beneden dek gaat waardoor hij/zij de bewegingen van de boot niet meer kan zien maar wel voelt. Bewegingsziekte kan ook optreden bij het kijken naar snelle bewegingen in een bioscoopfilm.
De kans op bewegingsziekte is verschillend per leeftijd en sommige kinderen zijn er gevoeliger voor dan anderen. Baby’s tot 2 jaar hebben zelden bewegingsziekten, het komt veel voor bij kinderen rond de 12 jaar. De meeste kinderen krijgen minder last van bewegingsziekte als ze ouder worden (na 12 jaar).
Symptomen & Indicaties
Symptomen bij bewegingsziekten beginnen vaak met een vervelend gevoel in de buik. Dit kan gevolgd worden door misselijkheid, zweten, verlies van eetlust en vermoeidheid.
Kleine kinderen die moeilijker kunnen uitleggen wat ze voelen, kunnen kalm lijken, er bleek uit zien, onrustig of geïrriteerd zijn en zelfs huilen of schreeuwen. Uiteindelijk kan je kind gaan overgeven.
Als je kind heeft overgegeven zal hij/zij zich vaak wat beter voelen maar de bewegingsziekte is dan niet weg. De symptomen nemen pas af als de oorzaak van de bewegingsziekte (rijden, varen of vliegen) stopt. De symptomen die je kind had, nemen dan af. Je kind zal zich nog wel even moe voelen.
Als de bewegingen groter zijn, worden de symptomen van bewegingsziekte ook erger. Dit kan bijvoorbeeld op een onrustige zee, een weg met veel bochten of tijdens een turbulente vlucht.
De bewegingsziekte (vooral bij zeeziekte) verdwijnt vanzelf als de reis langer duurt.
Complicaties
Bewegingsziekte is voor iedereen ongemakkelijk maar naast misselijkheid en overgeven treden er over het algemeen geen erge complicaties op.
Behandeling: wat kan je doen?
Er zijn een aantal dingen die je kan doen om je kind te helpen.
Probeer de oorzaak van de bewegingsziekte weg te nemen. Dit kan het beste door het verminderen van de tegenstrijdige informatie die je kind binnenkrijgt. Het helpt als je probeert de beweging van je kind overeen te laten komen met wat het ziet. Laat je kind bijvoorbeeld voorin de auto zitten zodat hij/zij naar buiten kan kijken. Je kind kan dan zien hoe de auto gaat bewegen zodat de bewegingen van het lichaam overeen komen met wat er gezien wordt.
Probeer tijdens een lange autorit wat vaker te stoppen en laat je kind dan even buiten lopen. Je kan je kind laten liggen en de ogen laten sluiten.
Als je kind op de schommel of in een draaimolen last van symptomen krijgt, haal je kind er dan uit.
Je kind laten kijken naar een ver punt heeft een goede invloed op de symptomen van bewegingsziekte. Laat je kind bijvoorbeeld bij een bootreis naar de horizon kijken.
Probeer kleine kinderen te kalmeren en laat ze ontspannen.
Door vermoeidheid wordt je kind gevoeliger voor bewegingsziekte.
Wordt niet boos op je kind als hij/zij moet overgeven. Het gebeurt niet vaak dat een kind meer dan één keer moet overgeven. Leg een koele, vochtige doek op het voorhoofd van je kind om de symptomen te verlichten.
De adviezen werken het beste als je ze gebruikt voordat je kind last van de symptomen krijgt.
Hoe te voorkomen?
De gegeven adviezen bij behandeling gelden ook om beweginsziekte te voorkomen.
Laat je kind voor en tijdens de reis niet te veel eten of drinken. Het is beter om tijdens de reis kleine slokjes te drinken en licht verteerbare dingen te eten.
Als je kind zich ziek begint te voelen probeer hem/haar dan af te leiden met verhaaltjes of zingen. Zorg voor voldoende frisse lucht.
Zoek voor je kind een plaats die het minst beweegt. Laat je kind voorin de auto of bus zitten. Op een boot midden op het dek en dicht bij de vleugels in een vliegtuig.
Ontmoedig lezen en laat je kind zoveel mogelijk naar buiten in de verte kijken.
Help je kind herinneren dat bij symptomen tijdens het kijken naar een bioscoopfilm, het helpt om de ogen te sluiten.
Als je kind vaker last heeft van beweginsziekte kan je naar de huisarts of apotheek gaan om te vragen voor medicijnen tegen misselijkheid of duizeligheid bij bewegingsziekte.
|
|







